Seksueel misbruik is in de regel geen alles-of-niets proces. Zowel pleger als slachtoffer onderkennen bij reconstructie van het misbruik dat de pleger veelal stapsgewijs grenzen heeft verlegd. Het gaat daarbij om grensoverschrijdingen op allerlei gebied, die een wezenlijk bestanddeel van het grooming-proces vormen. De verwarring treedt voor het kind met name daar op, waar de pleger het “normale” van de misbruik situatie in wording, verstandelijk verklaart aan het kind en dit beklemtoont.
Uit onderzoeken onder plegers van seksueel misbruik komt o.a. naar voren dat zij zeggen dat een kind “natuurlijk ook zelf kan weigeren”. Door plegers werd op zo’n weigering echter vaak gereageerd met ongeduldig / kwaad / humeurig worden of met ijzig zwijgen. Dit zijn allemaal psychologische drukmiddelen om het slachtoffer alsnog te bewegen om mee te werken, om de weigering om te buigen tot “instemming”. Sommige plegers reageren bij weigeren met het intrekken van privileges of met te dreigen een geliefd dier te zullen verkopen of zelfs te doden. Een meerderheid van de plegers had “medewerking” afgedwongen door te vertellen dat het (misbruik) een geheim was; dat de moeder heel verdrietig zou worden als zij het te horen zou krijgen; dat het gezinsleven in elkaar zou storten; dat de pleger in de gevangenis zou komen etc. Een kleiner percentage van de plegers ging er zo van uit dat het kind niet zou gaan praten.
bron: sexueelmisdrijf.nl